Voorwoord - Website

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Voorwoord

Onze vijver

Mocht je besluiten een visvijver aan te leggen zoals wij in 2002 besloten hebben, moet je van te voren al weten of je een visvijver of een plantenvijver gaat aanleggen. Dit is namelijk van belang bij het bepalen van de diepte van de vijver en de inrichting. Je kunt de vissen alleen het hele jaar in een vijver laten zwemmen die niet tot op de bodem bevriest. Daarom moet de vijver minstens 80 cm diep zijn. Een diepere vijver is zelfs nog beter.
Onze eigen vijver heeft geen filter. Het water wordt zuiver gehouden door een reeks zuurstofplanten die goed hun werk verrichten. Het is dus belangrijk dat bij de aanleg van de vijver tenminste 40% van het oppervlak wordt aangeplant met water- en zuurstofplanten en de vijver daarna enige weken met rust gelaten wordt en nog geen vissen uit te zetten zodat het biologisch evenwicht zich kan ontwikkelen. Naast voedingsstoffen behoren zuurstof en koolstofdioxide tot de belangrijkste stoffen in het vijverwater. Micro- organismen (bacteriën) produceren kooldioxide dat door waterplanten wordt omgezet in zuurstof. Als de watertemperatuur stijgt in het voorjaar neemt de algengroei toe en wordt het water enigszins troebel. Zweefalgen en draadalgen horen echter in een vijver thuis net zo goed als waterplanten. Een overmatige algengroei komt door een teveel aan voedingsstoffen. Middels een goede beplanting kan het biologisch evenwicht worden hersteld.
Waterplanten worden onderverdeeld in vijf zones. Dit heeft te maken met op welke plek ze in en rond de vijver kunnen staan. Achterop de steeketiketten die je bij de waterplanten kunt vinden, staat aangegeven in welke zone ze thuishoren en hoe diep ze moeten staan.  Zet waterplanten zoveel mogelijk in vijvermanden.
De rand vulden we met vijveraarde waarin we de planten los geplant hebben (zone 2).

De vijf zones zijn:

zone 1: Oeverplanten
zone 2: Moerasplanten droog tot – 15 cm   
zone 3: Waterplanten 0 tot –40 cm
zone 4: Waterlelies en zuurstofplanten
Zone 5: Drijfplanten
Het is heerlijk om op een mooie zomerdag te luisteren naar water dat door een beekloop kabbelt. Een vijverpomp stuwt bij ons het water naar omhoog door een darm die we goed verborgen hebben naar het bovenste deel van de beekloop. Eens bovenaan het reservoir vol gelopen is kabbelt het water naar beneden terug de vijver in. Het is zo'n zalig geluid en het brengt je echt tot rust. Op de mooiere zomeravonden zorgen we voor nog wat extra sfeer door de vijver verlichting aan te laten slaan. Prachtig...

Geef de vissen zoveel voer, dat ze het in een keer opeten. Voer dat niet gegeten wordt, zakt naar de bodem, waardoor het water sneller vervuilt. Houd als leidraad aan dat het voer binnen vijf tot tien minuten opgegeten moet zijn. Haal het voer dat achterblijft weg.

Wanneer een vis ziek wordt ligt de oorzaak vaak bij ongunstige milieufactoren, zoals een gebrek aan zuurstof, een verkeerde voeding, verandering van temperatuur. Een wond kan een infectie of ziekte tot gevolg hebben. Gezonde vissen zijn meestal schoon, dragen de vinnen rechtop, hebben heldere ogen en frisse kleuren. De huid moet glad zijn en de vinnen zonder rafels. Ook zijn ze waakzaam en vluchten ze weg als ze gestoord worden. Een raad: als je een zieke vis bemerkt is het veilig deze te verwijderen en de vis alleen in een afzonderlijk verblijf plaatsen zodat de ziekte niet wordt doorgegeven aan de andere, gezonde vissen.


 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu