Onze tuinplanten - Website

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Onze tuinplanten

Inhoud

Klik op de foto om nog meer digitale foto's te zien van onze planten en struiken

1. De paaslelie (Narcissus) is een geslacht van bolgewassen uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae). De naam is afkomstig uit de Griekse mythologie (zie Narcissus (mythologie)). Narcissen zijn voorjaarsbollen en hebben een koude rustperiode nodig. Je vindt narcissen in vele soorten en kleuren: roze, oranje, rode, witte of gevlekte, dubbelbloemige bloemen, met grote gele trompetten of met trosjes van gele of witte bloemetjes. In tegenstelling tot bij de leliefamilie komt bij deze familie een onderstandig vruchtbeginsel voor.
2. De Sleedoorn is een opvallende tot 3 m hoog wordende struik uit de Rozenfamilie. De witte bloemen komen iets eerder te voorschijn dan het blad. Een individuele struik bloeit vrij kort. De bloei begint eind maart, soms zelfs iets eerder, tot uiterlijk eind april. Sleedoorn kan voor een prachtig wit aanzien zorgen van onze struwelen en bosranden en luidt de bloesemtijd in.
3. Forsythia (Chinees klokje) is een geslacht van struiken in de olijffamilie. De struiken vallen in het voorjaar op door de gele bloemen. Er bestaan zes hoofdsoorten en enkele gekruiste soorten.
Het geslacht is genoemd naar William Forsyth.Om Forsythia goed te laten bloeien is het van belang om hem op de juiste wijze te snoeien. Over het algemeen zullen de takken die groen zijn het daaropvolgende jaar geel bloeien.
4. De sierwaarde van de Krulpitrus is het blad. Deze zijn donkergroen van kleur en zijn gedraaid ( kurkentrekker). De plant wordt ongeveer 60cm hoog en staat graag in de zon of halfschaduw.
Deze plant is als moerasplant en als oeverplant te gebruiken. Het is ook mogelijk om hem in de tuin te planten. Deze plant valt namelijk ook onder de groep siergrassen. Hij is dus prima in een vasteplantenborder te verwerken.
5. Krokus (Crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 89 soorten omvat. Hiervan is circa een derde deel herfstbloeier.
De krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten zijn afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië, met uitzondering van Crocus vernus (L.) Hill, die men tot Centraal-Europa aantreft (Alpen en Karpaten).

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu